Matthäus Passion Bergkerk

2018

Lezingen

Hoe luister ik als theoloog naar de Matthäus Passion - Martin Walton

1.Het evangelie van Matteüs en de Matthäus Passion

Evangelie betekent ‘goed nieuws’. Dat slaat in dit geval op het verhaal van Jezus en niet op deze inleiding.

‘Passion’, passie betekent in dit verband lijden, een verhaal van een mens die onrecht en lijden ondergaat. Tegelijk, in de bewegende muzikale bewerking van Bach, lijkt het ook alsof de betekenis van passie als bewogenheid ook van toepassing is.

Matteüs is de naam van een verhaal, een boek over Jezus, vernoemd naar een leerling van Jezus die eerst tolambtenaar was, een bedenkelijke functie in een bezet land. Waarom het boek precies naar hem genoemd is weten wij niet.

Ik mag iets zeggen over hoe de bewerking van Bach zich tot dat oud verhaal over Jezus verhoudt.

Op verschillende manieren kan ik naar de Matthäus Passion luisteren.

Als muziekliefhebber, uiteraard. Dat ben ik, maar de muziek van Bach is een genre die ik niet van huis uit heb meegekregen. Ik heb het moeten leren kennen en ik ben daar nog steeds mee bezig.
Als liefhebber van verhalen. Hoe wordt het verhaal verteld? Met welke wendingen en duidingen? Met welke verbeelding en zeggingskracht? Hoe is het samenspel van muziek en tekst?
Als cultuurliefhebber. Welk samenspel van gedachten en emoties, van beelden van mensen en God ligt erin besloten?
Als partner van iemand die mee zingt in het koor. Wat mooi om dat mee te maken! Wat zou het voor haar betekenen om mee te doen.

Over dat laatste zal ik niet zo heel veel zeggen vanmiddag. De andere manieren van luisteren zullen min of meer aan de orde komen, maar vooral vanuit een ander gezichtspunt waar ik vanmiddag voor gevraagd ben: Hoe luister ik als theoloog naar de Matthäus Passion, als iemand die vanuit het vak kennis heeft van het verhaal van Matthäus over Jezus? Voor de duidelijkheid zeg ik dat ik lang niet altijd als theoloog naar de Matthäus luister. De andere manieren zijn mij ook lief. Maar ik hoor ook als theoloog te luisteren, omdat dat mijn vak is. Ik luister naar Bach niet alleen als componist, maar ook in zijn eigen rol als gelovige. Daarin is hij voor mij een medegelovige, ook al is onze manier van geloven niet identiek.

Ik moet twee vragen tegelijk behandelen:

Hoe lees ik het verhaal van het evangelie van Matteüs zoals het in de Bijbel voorkomt?
En hoe lees en hoor ik het verhaal van de Matthäus Passion zoals Bach dat vertelt?

Bijvoorbeeld. Bach neemt twee hoofdstukken uit dat verhaal letterlijk over. Maar hij onderbreekt telkens het verhaal van de evangelist met koorliederen en solostemmen. Dan is het mooi om op te letten op welke momenten hij dat doet en wat hij dan toevoegt. In het evangelie van Matthäus, zoals meestal in de Bijbel, wordt sober verteld. Het is een epische manier van vertellen. De lijn van het verhaal is het belangrijkste. Er zit weinig psychologie in. Weinig bespiegeling of gevoelsleven. Bach voegt die toe en dan vooral vanuit het gezichtspunt van gelovigen. Het koor is een koor van gelovigen. Of soms nog inniger haast het gevoelen van een betrokkene, alsof je daarbij stond.

Als in het verhaal gevraagd wordt wie Jezus zal verraden, ‘Heer, ben ik het?’, dan krijgt dat een verdieping als het koor zingt, ‘Ik ben het…’. (No. 15) Met andere woorden, ik had in die situatie ook een verrader kunnen zijn. Dan wordt het spannend. Dan zit ik als luisteraar ook in het verhaal.

Op een ander moment, nadat Petrus Jezus verloochent heeft, volgt een prachtig stuk met  tranen en een roep om ontferming.  ‘Erbarme dich.’ (No. 47) Hoogste spanning. Het koor zingt dan als antwoord een koraal waarin de genade de schuld overwint. De spanning gaat er voor mijn gevoel vanaf, want de genade is er wel heel snel bij.

Het gezichtspunt van de koralen en van de aria’s is in de regel het gezichtspunt van een gelovige, maar het is vooral de toegangspoort voor de luisteraar. Wat doet het mij? Wat had ik gedaan? Hoe zou ik reageren? Daardoor wordt iedere luisteraar, gelovig of ongelovig of anders gelovig, uitgenodigd om deelnemer te worden. Dat is meesterlijk, vooral omdat de muziek je daar zo bij helpt. Je kunt luisteren naar de Matthäus, maar je kunt er ook aan deelnemen. Dat wordt ook nog door de kruisopstelling in de Bergkerk bevorderd. Ik hoorde Klaas Stok, de dirigent, van de week vertellen over hoe de Matthäus Passion een dialoog is. Twee koren tegenover elkaar. Zinnen die heen en weer gaan. Koralen, recitatieven en aria’s die op het verhaal reageren. Introspectie: ‘Ben ik het?’ Donderende verontwaardiging als Jezus door Judas wordt verraden. Als luisteraar wordt je in de dialoog opgenomen.

2.    Wie is Jezus nou?

Waar gaat de dialoog over? Daar opent de Matthäus Passion mee. Wie? Hoe? Wat? Waarheen? Wie was de man Jezus? Dat is, mijns inziens, geheel in overeenstemming met het karakter van het evangelie van Matthäus. Een evangelie is niet een kant-en-klaar statement maar een lopende dialoog over de vraag wie Jezus nou was. Hij is altijd anders dan wij denken dat hij is. Die vraag wie Jezus was is eigenlijk de boodschap van de evangeliën.

Een paar keer komt in de tekst iets als het volgende voor:

‘Hoe zouden dan de schriften vervuld worden? Het moet aldus geschieden.’ (No. 34)
‘Dit alles is geschied zodat de schriften van de profeten vervuld zouden worden.’ (No. 34)
‘Toen is vervuld wat gesproken is door de profeet Jeremia…’ (zilverlingen, No. 52) […..] zodat vervuld zou worden wat door de profeten is gesproken.’ (lot werpen, No. 67)

[ N.B. verwijzing is niet naar profeet maar naar psalm 22; deze toevoeging tekstkritisch niet in Nestle of  NBV) Vgl. spons met azijn.]

‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Uit: Psalm 22 (No. 70)

Hoe moeten wij die uitspraken verstaan. Het verhaal krijgt een grimmig karakter als wij die uitspraken verstaan in de zin van: zo is het door God gewild of gedicteerd. Als wij al die verwijzingen als voorspelling lezen die uitgekomen zijn, dan krijgt het verhaal een soort magisch, haast triomfalistisch karakter. Je kunt ze ook anders lezen, als de innerlijke logica van het verhaal. Zoals de muziek een eigen logica heeft – het koraal ‘O Hoofd vol bloed en wonden’ begint en eindigt op dezelfde toon - zo heeft een verhaal of verhaaltraditie een eigen logica.

De logica van het passie verhaal in Matthäus is dat een rechtvaardige moet lijden. Je kunt natuurlijk vragen: Moet dat nou? En waarom moet dat? Dat moet, niet omdat het ergens verordineerd is, maar omdat het telkens zo gaat. Denk aan Mahatma Gandhi. Denk aan Martin Luther King. Denk aan de mensenrechtenactiviste en journaliste Natalja Estemirova in Rusland. Zij moesten hun inzet met hun leven bekopen, zeggen we. Met Nelson Mandela en Aung San Suu Kyi is het gelukkig – uiteindelijk – anders gegaan, maar ook zij hebben als rechtvaardigen moeten lijden. Dat is een soort logica van de geschiedenis, in het bijzonder van de Joodse traditie waarin wij Jezus moeten ‘lezen’. Jezus heeft bewust gehandeld in de traditie van de profeten, van de rechtvaardigen. Hij was ervan bewust dat het hem zijn leven kon kosten. Matthäus was ervan overtuigd dat Jezus dat op uitmuntende wijze heeft gedaan, als geen ander. Vandaar die teksten over vervulling, dat de logica zich in Jezus heeft voortgezet. Ook hij, juist hij, moest lijden.

3.    De schuldvraag

Er is in de tekst van Matthäus, die ook in de Matthäus Passion is opgenomen, een vers die wij nu met huivering lezen. ‘Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!’ (No. 59). Dat roept het verzameld volk nadat Pilatus zijn handen van de zaak wil afhalen. Het ‘bloed’ alleen al is krachtige taal. Het spreken in termen van bloed is ons niet zo vertrouwd. Wij maken tegenwoordig ‘vuile’ handen maar er kleeft geen ‘bloed’ aan onze handen.

Huiveringwekkend is de tekst vooral omdat het door de eeuwen heen is aangewend als excuus om Joden vogelvrij te verklaren. Als het Joodse volk schuldig was aan de dood van Jezus, dan moest bloed over de Joden en hun kinderen komen. Deze uitwerking van de tekst is verschrikkelijk gebleken. Dat maakt het onmogelijk om onbekommerd en onbevangen naar de tekst te kijken. Toch is het de vraag of de tekst daarmee in de context van de Joodse traditie goed verstaan is.

Het hele spel in het passieverhaal van Jezus draait om zijn schuld of onschuld. Hij wordt door Judas verraden. Hij verschijnt voor de hogepriesters, dan weer voor Pilatus. Jezus zelf zwijgt of spreekt cryptisch, maar hij heeft eigenlijk niets misdaan. Bach ziet hoe centraal dat hele spel van schuld of onschuld is en vanaf het openingskoor onderstreept hij dat thema met koralen en solopartijen.

In dat hele spel, in die dialoog,  zijn er meerdere getuigen van de onschuld van Jezus.

Judas, juist Judas die Jezus verraden heeft, krijgt spijt en zegt dat hij onschuldig bloed verraden heeft. (No. 49) Daar valt al het woord ‘bloed’.

De vrouw van Pilatus waarschuwt hem om niets met de zaak van doen te hebben. (No. 54) Daarbij noemt zij Jezus een rechtvaardige. Pilatus was dus gewaarschuwd en had daarom beter kunnen weten. Dat hij dan zijn handen in onschuld wast is cynisch, onverschillig, niet overtuigend. Zo onschuldig kan hij als eindeverantwoordelijke niet zijn! Maar in Jezus zelf vindt Pilatus geen schuld.

Na de kruisiging van Jezus – wij naderen het einde van de Matthäus Passion – is er een Romeinse hoofdman die gezien heeft hoe Jezus gestorven is. Hij spreekt: ‘Waarlijk, deze was Gods zoon.’

Tegenover alle beschuldigingen die Jezus naar zich toe krijgt, zie je hoe Matthäus een hele rij getuigen in zijn verhaal weeft die de onschuld van Jezus benadrukken.

Nu terug naar wat het volk roept: ‘Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen!’ (No. 59) Waarom spreekt het volk op zo’n manier? Het is eigenlijk een omkering van een uitdrukkingswijze die in het Oude Testament vaker voorkomt. (2 Samuël 1:16; 14:9; Jeremiah 51:35). ‘Zijn bloed kome over hem’ wil zeggen: Hij is verantwoordelijk. Of: Hij is schuldig. Als Matthäus de zegswijze omdraait: ‘Zijn bloed kome over ons’, dan is het een zoveelste getuigenis in de rij van de onschuld van Jezus. Op ironische wijze laat Matteüs heel het volk Jezus onschuldig verklaren. Daar zit wel een bittere ironie in, maar geen bloedwraak.

4.    Wat betekent het kruis?

Jezus wordt gekruisigd. Het kruis is tot centraal symbool van het christendom geworden, en heeft, getuige de kruisopstelling in de Bergkerk, ook in de Matthäus Passion een muzikale vorm gekregen. Op dit punt moeten wij, denk ik, het verschil zien tussen de vertolking van het kruis in de Matthäus Passion van Bach en de betekenis van het kruis in het evangelie van Matthäus.

Als er gezongen wordt ((No. 66, p. 59)

‘Kom, o zoet kruis,
Zo wil ik vragen,
Mijn Jezus, geef het immer weer,
Wordt mijn lijden eens te zwaar,
Zo helpe Gij zelf mij dragen.’

dan zitten wij in een verdere ontwikkeling die wat verwijderd is van de meer rudimentaire betekenis van kruis in het verhaal van Matthäus over Jezus. Daar is het kruis beeld van het lijden van de rechtvaardige, martelaarschap, wreedheid.  Wil je zo’n kruis op je nemen, weet waar je aan begint.

Dat is overigens net wat anders dan ‘Ieder huisje, zijn kruisje.’ Het lijden in ieder huisje is meestal niet vrijwillig en meestal niet het lijden van martelaarschap.

Maar hoe kan Bach het kruis als zoet laten bezingen? Dat zit in de omkering die in de hele Matthäus Passion aanwezig is. De kruisdood van Jezus wordt bezongen als een verzoening van de schulden van anderen. Nu was die gedachte in de tijd van Jezus niet een geheel vreemde gedachte. Op twee plekken in de tekst van Matthäus spreekt Jezus in termen die zo uitgelegd zouden kunnen worden. [20,28 ‘Zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ En 26,28 ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten tot vergeving van zonden.’] Wij weten dat Jezus aan zijn dood een bepaalde betekenis toekende maar het is lastig om te zeggen hoe hij dat precies zag. Wel is het zo dat de manier waarop Jezus’ dood als verzoening van zonden en bemiddeling tussen God en mens wordt uitgewerkt, in koralen en solopartijen veel verder gaat dan in de tekst van Matthäus zelf.

Evenwel vallen mij twee dingen op. In de Matthäus Passion wordt de schuld voor Jezus dood niet gelegd bij het (joodse) volk of bij een ander, maar bij de gelovige zelf als zondaar. ‘Ach, mijn zonden hebben u geslagen.’(No. 25) Daardoor en daarvoor zou Jezus gestorven zijn. Dat hoef je niet perse niet te onderschrijven om te zien dat het wel helder is om de schuld niet af te schuiven op een ander maar er zelf voor in te staan. Dat heeft iets voorbeeldigs in een tijd waarin schuld steeds afgeschoven wordt. Het andere is dat het op zich nemen van die schuld nooit een kleinerende of neerdrukkende toon heeft. Het ‘koor van gelovigen’ toont zeker spijt, maar in de Matthäus Passion overheerst het Lutherse van Bach, de overwinning van de genade. Steeds vindt er een ‘vrolijke omkering’ plaats.

5.    Van passieverhaal naar klaaglied

Vanuit die vrolijke omkering gezien valt het des te meer op hoe Bach het geheel van het verhaal over Jezus heeft ingekaderd.  Als ik begin en eind van de Matthäus Passion (No. 1 & No. 78) beluister en lees, dan zie ik dat Bach het passieverhaal van Jezus in een andere Bijbelse genre heeft ingekaderd, dat van een klaaglied, een treurgezang met aanklacht. ‘Komt, gij dochters, help mij klagen.’’Wij zetten ons met tranen neer.’ Jezus wordt daar direct in aangesproken; ‘Wie heeft u zo geslagen?’ (No. 44) of er wordt in dialoog geklaagd: ‘Ach! nu is mijn Jezus weg.’ ‘Waar is dan uw vriend heengegaan?’ (No.36). Daar zitten verwijzingen in naar het boek Klaagliederen, naar Hooglied en de Psalmen. Het geheel van Bach’s Matthäus Passion krijgt zo het karakter van een klaaglied waarin is opgenomen het verhaal van een onschuldige rechtvaardige die moest sterven. Dat is de grondtoon, zoals ik het lees en hoor. Dat lijkt me bijzonder actueel.


De kruisvorm in de Matthäus Passion - Kees van Houten

De Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach is een muzikale uitwerking van de tekst van hoofdstuk 26 en 27 van het evangelie van Mattheus (Nieuwe Testament). Hierin beschrijft de evangelist de laatste levensdagen van Jezus Christus. Hoofdstuk 26 verhaalt van de aankondiging door Christus van zijn dood, de samenzwering van de hogepriesters, de zalving in Bethanië, het laatste avondmaal, Jezus'doodsangst in Gethsemane, diens gevangenneming en veroordeling door de hoge raad en de verloochening door Petrus. Hoofdstuk 27 vervolgt met de veroordeling door Pilatus, de geseling en doornenkroning en tenslotte de kruisiging, dood en graflegging van Christus. 

Bach's toonzetting van het Mattheus-evangelie heeft als uitgangspunt de in de l7e en l8e eeuw veel gebezigde structuur van de oratorische Passie. Dit hield in dat niet alleen de zuivere evangelietekst op muziek werd gezet, maar dat bovendien in het verhaal muzikale fragmenten werden ingebouwd van meer beschouwende aard, die de bedoeling hadden de gebeurtenissen te becommentariëren in de vorm van een overweging of meditatie en als een emotionele reactie van de Christengemeente. 

Enerzijds gebeurde dit door het invoegen van een bepaald couplet van een bekend koraalgezang, waarvan de tekst aansloot op het verhaal, anderzijds werden nieuwe teksten op muziek gezet, meestal op de manier van een arioso (recitativo accompagnato) of aria voor solostem, welke vormen ontleend waren aan de Italiaanse opera en het oratorium; soms werden deze teksten benut voor een uitgebreide koorzetting. Ook deze vrije teksten haakten zinvol in op de situatie van het Passiegebeuren.

Waarschijnlijk koos Bach de koraalgezangen zelf. Door zijn grote kennis van de koraalteksten wist hij, waar nodig, bij iedere psychologische situatie een passende couplettekst te vinden. Voor de ariosols en aria’s werden de teksten aangereikt door zijn vriend Henrici, een postbode, die onder de schuilnaamPicander in zijn vrije tijd de dichtkunst beoefende. Waarschijnlijkhebben Bach en Picander zeer intensief samengewerkt om deze vrije teksten compositorisch pasklaar te maken. Uiteraard stond het Bach vrij zelf zijn keuzes te maken op welke plaatsen in het evangelie hij de vrije stukkenwilde inlassen. Hij verdeelde de evangelietekst in 27 blokken en omrankte deze met koralen, arioso's, aria's en vrije koorwerken. Het geheel werd gesplitst in twee delen, een Prima Pafte en een Secunda Pafte; het werk moest tot klinken komen tijdens de eredienst op Goede Vrijdag (de dag waarop traditioneel de kruisdood van Christus gevierd werd), het eerste deel "vor der Predigt" en het tweede deel erna.

Structuurplan: 
Een nadere bestudering van deze uiterlijke tweedeling brengt twee opvallende aspecten aan het licht, die een dieper liggend structuurplan doen vermoeden:

a) Het is nogal merkwaardig dat Bach zich voor de tweedeling van het werk niet heeft gehouden aan de in het Bijbelverhaal aangegeven verdeling in hoofdstuk 26 en 27. Deze splitsing zou niet alleen het meest voor de hand hebben gelegen, maar bovendien kon op die manier het eerste deel met 75 bijbelverzen zonder veel moeite langer duren dan het tweede, dat 66 verzen omvat en zou een heel natuurlijke verdeling zijn ontstaan met de langste tijdspanne vóór de "Predigt" en de kortste erna. Voor een structuurgevoelig componist als Bach was deze verdeling in een lange en korte proportie logisch en gebruikelijk. Bij alle cantates, die uit twee delen bestaan (waarbij eveneens het eerste deel vóór de preek en het tweede deel na de preek ten gehore werd gebracht), duurt zonder uitzondering het Prima Pafte het langst. Vreemd genoeg echter koos Bach niet voor de door de bijbeltekst aangereikte verdeling in twee hoofdstukken maar maakte de caesuur tussen de beide delen van zijn Matthäus Passion op een op het eerste gezicht voor de lengteverhoudingen merkwaardig punt, namelijk na de gevangenneming van Christus in Gethsemane. Dit punt valt namelijk reeds na 56 van de 75 verzen van hoofdstuk 26, waardoor het tweede deel niet minder dan 85 verzen omvat, te weten de resterende 19 van hoofdstuk 26 en de 66 van hoofdstuk 27. Gemiddeld duurt het eerste deel (inclusief de vrije werken) op deze wijze ongeveer 25 minuten korter dan het tweede.

b) Een tweede opmerkelijk aspect met betrekking tot Bachs tweedeling is het feit dat het kortere eerste deel een symmetrische opbouw heeft en het langere tweede deel niet. Exact in het midden van het eerste deel bevindt zich een drieluik, dat bestaat uit een centraal liggend bijbelfragment, dat links en rechts geflankeerd wordt door twee koralen op de melodie van "0 Haupt voll Blut und Wunden" . Aan de linkerkant staat het vijfde couplet van deze melodie, met als tekst "Erkenne mich mein Hüter" en aan de rechterkant het zesde couplet, met als tekst "leh wil! hier bei dir stehen".-In beide koraalzettingen is de bekende melodie op dezelfde wijze geharmoniseerd, alleen staat de eerste in E-dur en de tweede een halve toon lager, in Es-dur. De twee koralen vestigen als het ware de aandacht op het tussenliggende bijbelfragment. bit staat precies in het midden van het eerste deel; zowel ervoor als erna bevinden zich 15 stukken. In dit fragment kondigt Christus aan Petrus aan dat deze Hem "in dieser Nacht, ehe der Hahn krähet" driemaal zal verloochenen.

De kruisvorm: 
De combinatie van de twee genoemde bijzondere aspecten van het eerste deel van de Matthäus Passion staat aan de basis voor een mogelijk aanwezige kruis structuur. In deze kruisstructuur vormt dit kortere eerste deel de dwarsbalk en het langere tweede deel de staande balk, die door het centrum van het eerste deel moet worden aangebracht. Zoals we gezien hebben is dit centrum door Bach duidelijk gemarkeerd, Wanneer we in het centrale bijbelfragment van het eerste deel onze aandacht wat meer richten op de inhoud van Christus' woorden valt op dat hij een aankondiging doet van iets dat later zal gebeuren, Als Petrus Hem onvoorwaardelijk trouw belooft met de woorden: "Wenn sie auch alle sich an dir ärgerten, so will ich doch mich nimmermehr ärgem" reageert Christus als volgt: "Wahrlich, ich sage dir: In dieser Nacht, ehe der Hahn krähet, wirst du mich dreimal verleugnen". Het betreft de verzen 33 en 34 van hoofdstuk 26, Deze voorspelling wordt letterlijk bewaarheid in hetzelfde hoofdstuk 26, vers 69 tJm 75. Na reeds tweemaal op vragen van omstanders, omtrent zijn connecties met Jezus Christus, ontkennend gereageerd te hebben komt het voor Petrus cruciale moment: 
Evangelist: Und über eine kleine Weile traten hinzu, die da stunden, und sprachen zu Petro: Chorus II: Wahrlich, du bist auch einer von denen; denn deine Sprache verrät dich. 
Evangelist: Da hub er an sich zu verfluchen und zu schwören:

Hier vindt de drievoudige verloochening door Petrus werkelijk plaats." hier kraait de haan in alle realiteit..... Met name in het gedeelte met de tekst "Da dachte Petrus an die Worte Jesu, da er zu ihm sagte: Ehe der Hahn krähen wird, wirst du mich dreimal verleugnen" worden de woorden van Christus uit het centrale bijbelfragment van het eerste deel bijna letterlijk herhaald. Op dit moment wordt Petrus geconfronteerd met en herinnerd aan de situatie van de avond ervoor, toen Christus hem de verloochening voorspelde. 
De daadwerkelijke verloochening vindt plaats vrij vooraan in het tweede deel van Bachs Passie, om precies te zijn na 8 onderdelen. Na dit (negende) deel volgen nog 30 onderdelen, We leggen nu dit tweede deel als staande balk kruiselings over het eerste (de dwarsbalk),van boven naar beneden, en wel op die manier dat het moment van de werkelijke verloochening exact samenvalt met het centrum van het eerste deel, de aankondiging van de verloochening, Zoals onderstaande tekening laat zien, ontstaat een perfecte kruisstructuur:

Kruisstructuur

Op het centrale punt worden nu de aankondiging van de verloochening en de verloochening zelf in elkaar vastgenageld. Gezien vanuit de lutherse theologie ligt hier het scharnierpunt van het lijdensverhaal. Christus heeft geleden en is gestorven om de mensheid te verlossen van de zondeval van Adam. Ook Petrus zondigde zwaar door zijn Meester driemaal te verloochenen. Op het moment dat de haan kraaide herinnerde hij zich Christus' voorspelling en besefte hij ineens dat ook hij zondig was en daardoor mede verantwoordelijk voor Christus' kruisdood. Petrus zet op dit moment de lijn van de zondeval voort. En omdat hij na Christus de eerste grote leider van de kerk zou worden stond zijn verloochening symbool voor het voortdurend verloochenen van God door de christenmens, die steeds weer opnieuw in zonde valt, daardoor Christus zonder ophouden aan het kruis slaat, vervolgens zijn schuld belijdt en om genade bidt.

Zonde en genade….. het zijn dè thema1s van de christelijke en dus ook van de lutherse geloofsovertuiging, waarmee Bach was opgegroeid. Het is veelbetekenend dat de componist in zijn architectonische bouwplan van de Matthäus Passion niet het objectieve gegeven van de kruisiging of dood van Christus centraal stelt, maar het veel subjectievere en tot het hart van iedere mens sprekende en herkenbare onderwerp van de verloochening van Petrus. 
Centraal staat het samenvallen van zonde en genade, de kern van het Christendom. Hier reiken twee belangrijke maar totaal van elkaar verschillende facetten van Bachs kunst elkaar op geniale wijze de hand: 
Enerzijds herinnert de als een middeleeuwse kathedraal opgebouwde kruis vorm van de Matthäus Passion aan de aloude bedoeling en opvatting van de muziek: een afspiegeling te zijn van de volmaaktheid van Gods schepping, compleet met heldere cosmische structuren en een universele beeldentaal. Anderzijds is er de voortdurende onderbreking van het sobere, onpersoonlijke bijbelverhaal door koralen en aria IS, waarin ruimte is voor persoonlijke ontboezemingen en emotioneel-menselijke reacties op het gebeuren; reacties, waarin voortdurend woorden opduiken als "Sünde" en "Gnade". De twee aspecten vinden elkaar op het moment dat het oeroude, objectieve beeld van het kruis gestalte krijgt via een psychologisch en subjectief gegeven de menselijke onvolmaaktheid. 
De mogelijke juistheid van deze kruisvorm kan verder worden onderbouwd met een drietal belangrijke argumenten:

1. Aan het begin van mijn betoog besprak ik het nogal merkwaardig gegeven, dat Bach zijn muzikale tweedeling van de Passie niet maakte op basis van de twee hoofdstukken van Mattheus. Wat blijkt nu? De tekst van de daadwerkelijke verloochening van Christus door Petrus vormt de afsluiting van hoofdstuk 26. Op deze manier krijgt het scheidingspunt tussen de beide hoofdstukken toch een uiterst markante plaats in Bachs structuur. Dit punt ligt namelijk precies op de plek waar de dwarsbalk en de staander elkaar kruisen. Het tekent de psycholoog, theoloog en mysticus Bach, dat hij in zijn concept en bouwplan twee elkaar aanvullende structuurlagen heeft aangebracht: 
- enerzijds een uiterlijke, voor iedereen zichtbare laag: de verdeling in deel I en 2, van elkaar gescheiden door de "Predigt". 
- anderzijds een meer verborgen laag: vanuit de hoofdstukken 26 en 27.

Bij oppervlakkige beschouwing lijkt de componist achteloos aan de tweedeling volgens de hoofdstukken voorbij te gaan. Bij een dieper onderzoekvan allerlei bijzondere structurele elementen, zoals de opvallende symmetrie van het eerste deel, blijkt in de diepere lagen van het werk een kruisvorm aanwezig, die aan de verdeling in hoofdstuk 26 en 27 plotseling een unieke waarde meegeeft.

2. Wanneer we de tekening aan een nader onderzoek onderwerpen en het aantal stukken vanuit de kruis vorm in kaart brengen ontstaat het schema zoals dat op de volgende bladzijde staat afgedrukt: 
De dwarsbalk bestaat uit 31 stukken, 15 vóór en 15 na het centrale bijbelwoord met de aankondiging van de verloochening. De staande balk bevat vanaf het kruispunt van de balken, dus vanaf het fragment met de verloochening, eveneens 31 stukken. Het bovenste stuk van de staander telt 8 stukken, ongeveer de helft van de halve dwarsbalk. De getallen beantwoorden op natuurlijke wijze aan de gemiddelde proporties van een kruisbalk. Met name het gelijke aantal stukken op de dwarsbalk en op het onderste deel van de staander is frappant.

Gemiddelde proporties kruisbalk

3. Bach heeft het scheidingspunt tussen de twee hoofdstukken, en dus het kruispunt van de twee balken van het kruis, nog op een andere duidelijk zichtbare manier kracht bijgezet. Na de bijbeltekst, betreffende Petrus' verloochening, klinkt een aria, die onmiddellijk wordt gevolgd door een koraal (zie tekening). Deze techniek heeft de componist op geen enkel ander moment in de Matthäus Passion toegepast; een koraal staat altijd apart tussen twee bijbelteksten in en een aria wordt hooguit gecombineerd met een voorafgaand arioso. Er is hier dus sprake van een unieke situatie in het gehele werk, die andermaal aangeeft hoe bijzonder dit moment in het verhaal voor Bach was. 
Bovendien betreft het twee uiterst intens doorleefde reacties van de gelovige mens op het "kruis"-gebeuren, reacties, die een psychologisch keerpunt in het "meebeleven" zichtbaar maken. Hoofdstuk 26 eindigt met het berouw van Petrus, nadat hij zich door het kraaien van de haan bewust is geworden van zijn Godsverloochening.... "und ging hinaus und weinete bitterlich"..... 
Onmiddellijk sluit de alt als vertegenwoordigster van de Christengemeente aan met de tekst en muziek, die door velen als het kardinale hoogtepunt van de Matthäus Passion worden ervaren: 
Erbarme dich, mein Gott, um meiner Zähren willen!
Schaue hier,Herz und Auge weint var dir, bitterlich.

De gelovige mens weent met Petrus mee, toont óók berouwen vraagt om vergeving. In het onmiddellijk op de aria volgende koraal richt de gelovige mens in één directe impuls zijn blik weer op God; hij bekent zijn schuld en geeft zich over aan Gods genade: 
Bin ich gleich van dir gewichen, steil ich mich doch wieder ein; 
hat uns doch dein Sohnverglichen durch sein Angst und Todespein.
Ich verleugne nicht die Schuld; aber deine Gnad und Huid
ist viel grösser als die Sünde,die ich stets in mir befinde. 
Vanuit de verborgen kruisstructuur lijkt het mij een zinvolle gedachte om na het koraal "Bin ich gleich von dir gewichen", dat de afsluiting van hoofdstuk 26 zo duidelijk markeert, een kort moment van stilte in te lassen. Natuurlijk heeft Bach deze pauze in zijn partituur niet aangegeven, in verband met de diep verborgen symbolische kruisvorm, maar zij zou in het kader van een verduidelijking van deze vorm.en als een bijzonder moment van bezinning op de meest cruciale psychologische situatie van het drama zeer intens kunnen werken.....  

Kees van Houten